Toen ik in 2001 op de behandelafdeling voor mensen met een persoonlijkheidsstoornis begon, zei mijn teamleider alsof het voor hem een vanzelfsprekendheid was: “Iedereen heeft een persoonlijkheidsstoornis”. Ik schrok hier nogal van. Ik had een voor mij geruststellend beeld dat er een stevige grens tussen mij, gezonde hulpverlener en de cliënt als hulpbehoevende zou zijn.
Volgens de DSM 4 (het diagnosesysteem binnen de GGZ) worden persoonlijkheidsstoornissen onderverdeeld in drie groepen. Voor groep A is kenmerkend dat ze weinig behoefte aan contact met anderen hebben, zij leven eigenlijk in hun eigen wereld. Groep B en C hebben wel een sterke behoefte aan contact met anderen. Ze reageren alleen verschillend op stress. Je kunt zeggen dat mensen onder stress de keus hebben tussen vluchten of vechten. Groep B gaat vechten en groep C vlucht of haakt af.
Doordat ik de hele dag met mensen met een persoonlijkheidsstoornis sprak, ging ik iedereen om me heen op die manier bekijken. En natuurlijk zijn alle mensen onder te brengen in éen van de drie categorieen. De gestelde grens tussen gezond en ziek is dat er sprake moet zijn van een vastzittend patroon in het gedrag -dus weinig beïnvloedbaar- en dat mensen er door in de problemen komen op hun werk, met wonen of in relaties. Ik heb net zo veel mensen buiten de GGZ gezien die voldoen aan deze criteria als er binnen.
De zin “Iedereen heeft een persoonlijkheidsstoornis” heeft me in de loop van de jaren geholpen om de gezonde kant van mijn cliënten te zien en de ‘gestoorde’ kant van mezelf te accepteren. Ik ben duidelijk een cluster B geval. Ik ben eigengereid en kritisch en ik hou er niet van om mezelf aan te passen alleen maar omdat iemand zegt dat dat moet. Ik heb een sterke intuïtie, denk snel en ik ben open en direct van aard.
Ik heb moeite met plannen, structuur aanbrengen en met doorzetten. Hier loop ik nogal tegenaan nu ik voor mezelf begonnen ben. Doorzetten kun je gewoon aanleren, heb ik gemerkt. Mijn chaos aanpakken is moeilijker, omdat mezelf onder druk zetten averechts werkt. Laatst hoorde ik een spiritueel therapeut zeggen dat je de chaos eerst moet toelaten voordat er een ordening kan ontstaan. Het klonk alsof die ordening dan vanzelf komt. Daar ga ik dan nu maar op zitten wachten…
Tags: behandelrelatie, conflict, geestelijke gezondheidszorg, ggz, hulpverleningsrelatie, persoonlijkheidsstoornis, therapie
7 maart 2010 om 10:04 am |
Wat is chaos…wat is een groep A, groep B of groep C client.
En terwijl ik dit schrijf komen al de kriebels.
ieder mens is uniek, ieder mens verwerkt informatie op zijn eigen-wijze manier. De kracht van helpen en grip krijgen is volgens mij ook dat je jezelf verdiept in de ander; wat maakt dat hij/zij zich zo gedraagt en/of zo omgaat met informatie. Dit vraagt van een ieder..tijd, rust en reflectie
Verder kun je alleen maar helpen als je weet welke invloed heeft de opvoeding gehad op de ontwikkeling en welke context..
Een kind wat opgroeit in een chaotische drukke omgeving in Amsterdam zal zich totaal anders ontwikkelen als een kind wat op dezelfde dag wordt geboren inj een hutje op de hei. Laten we die elementen niet vergeten en laten we gedrag objectiveren/beschrijven en duiden en niet stigmatiseren.
7 maart 2010 om 8:55 pm |
Dag Henk!
Heel fijn dat je op mijn blog reageert. Ik hoop discussies uit te lokken en hiermee een beweging in gang te zetten met meer aandacht voor behoeften in plaats van oordelen. Dus wat dat betreft ben ik het helemaal met je eens. Mijn pleidooi is in dit artikel dat het wat mij betreft niet gaat om stoornissen vaststellen. Ik hoop dat je mijn vorige artikel ook leest, want daarin staat misschien nog meer wat jij bedoelt.
Vriendelijke groet
Annemarie
4 maart 2010 om 11:10 am |
Fijn dat je reageert, Eric!
Ik doe mijn best om meer mild naar mezelf en mijn medemens te kijken.
Het valt niet altijd mee!
Bedankt voor je wens.
Annemarie
3 maart 2010 om 4:03 pm |
Hoi Annemarie,
Wat een mooie analyse maak je van jezelf. Ik herken ook wel een aantal dingen die je zegt, maar dat is dan ook de kern van je artikel
Chaos “aanpakken” is volgens mij niet de manier om ermee om te gaan. Je raakt dan gevangen in het gevecht tegen die chaos. Afwachten lijkt me ook niet echt de weg, waarom omarm je de chaos niet actief. Dat levert acceptatie op en pas dan kun je ermee omgaan: kiezen om het het te behouden of om het los te laten, maar dan meer met liefde
dan met een plan van aanpak
Er bestaat volgens mij ook geen chaos buiten onszelf, chaos zit in onszelf.
Ik wens je veel geaccepteerde en liefdevolle chaos.